Wat de regel betekent
De factuur moet een referentie van de afnemer (BT-10) of een inkoopordernummer (BT-13) bevatten. Een van de twee is genoeg, beide mag ook.
Waarom het ertoe doet
De afnemer gebruikt deze referentie om de factuur aan een bestelling te koppelen of naar de juiste persoon of afdeling te sturen. Bij facturen aan de overheid is dat vaak het inkoopordernummer. Met geen van beide faalt het bestand de Nederlandse controle en wordt de factuur geweigerd.
Zo los je het op
Vraag de afnemer welke referentie hij op de factuur wil zien. Die staat meestal op de bestelling of in het contract. Vul die in bij het veld voor de referentie van de afnemer (soms 'uw referentie' genoemd) of bij het inkoopordernummer in je factuursoftware en exporteer het bestand opnieuw.
De gepubliceerde tekst van de regel
For suppliers in the Netherlands, the invoice MUST contain either the buyer reference (cbc:BuyerReference) or the order reference (cac:OrderReference/cbc:ID) Waar deze regel geldt
| Regelset | Versie |
|---|---|
| SI-UBL 2.0 / NLCIUS (invoice) | 2.0.3.13 |
| SI-UBL 2.0 / NLCIUS (credit note) | 2.0.3.13 |
| NLCIUS (CII) | 1.0.3.13 |
Controleer je bestand
Verwante regels
- BR-NL-3 Het adres van de leverancier heeft straat, plaats en postcode nodig
- BR-NL-4 Een Nederlandse afnemer heeft straat, plaats en postcode nodig
- BR-NL-5 Fiscaal vertegenwoordiger in Nederland: volledig adres nodig
- BR-NL-7 Gebruik een toegestane documenttypecode: 380, 381, 384 of 389
- BR-NL-8 Typecode en UBL-structuur moeten kloppen: 381 is een creditfactuur
- BR-NL-9 Een correctiefactuur moet naar de gecorrigeerde factuur verwijzen